Jurgen Masure – Klimaatkameraad met een passie voor de pen

Jurgen 1

Op 30 november is de belangrijke klimaatconferentie in Parijs van start gegaan. Ter gelegenheid daarvan spraken we met buurman van De Markten Jurgen Masure, die zijn schouders zet onder de klimaatkameraad, een initiatief van het Vlaams ABVV.

Jurgen, wat is een klimaatkameraad?
Klimaatkameraden zijn bezorgde burgers die een engagement aangaan in de strijd tegen de klimaatopwarming. Het zijn mensen die niet langer aan de zijlijn willen staan. Je kan het initiatief een beetje vergelijken met de BOB-campagnes: we proberen mensen te stimuleren om hun verantwoordelijkheid op te nemen. In het geval van de klimaatkameraad gaat het uiteraard over de verantwoordelijkheid om een steentje bij te dragen aan de strijd tegen de klimaatopwarming. De mogelijkheden zijn legio, gaande van het organiseren van een klimaatgesprek op het werk, tot het zelf brouwen van ecologisch bier. Het hoeven dus niet noodzakelijk grote acties of projecten te zijn. Het gaat meer over het vormen van een bewustzijn en het aanmoedigen van een mentaliteitswijziging. Onze campagne werd begin december gelanceerd. Je kan er meer over lezen op onze website (www.klimaatkameraad.be).

Kan iedereen klimaatkameraad worden?
Ja, maar er moet wel een actief engagement tegenover staan. We richten ons zeker niet specifiek of uitsluitend op onze traditionele achterban. We willen zoveel mogelijk mensen en organisaties bereiken en betrekken. De klimaatkwestie is niet gebonden aan een politieke kleur of ideologische overtuiging. Het is een algemeen probleem waar intussen wetenschappelijke consensus over bestaat. Een probleem dus waar we met zijn allen voor staan en dat we met zijn allen zullen moeten oplossen, in het belang van de huidige en toekomstige generaties. Meer en meer worden de gevolgen van de klimaatopwarming duidelijk en de wetenschappelijke vooruitzichten zijn niet bepaald rooskleurig. Het is daarom tijd om daadwerkelijk iets te ondernemen. Alleen samen kunnen we ons laten gelden.

Maar de klimaatconferentie in Parijs en de akkoorden die daar gesloten worden, blijven toch cruciaal?
Zeer zeker. Maar als samenleving kunnen we meer dan ooit ook van binnenuit verandering organiseren. Daar willen wij mee voor zorgen, ook hier in Brussel.

Brussel

Hoe lang woon jij hier inmiddels?
Ik ben geboren en getogen in Vilvoorde, maar zes à zeven jaar geleden, na mijn studie politieke en culturele geschiedenis aan de VUB koos ik ervoor om definitief naar Brussel te verhuizen. Daarna heb ik nog journalistiek aan de Erasmushogeschool gestudeerd en ten slotte ook wijsbegeerte en moraalwetenschappen, opnieuw aan de VUB.

Was die keuze voor de Vrije Universiteit Brussel een logische keuze voor jou?
Ja, toch wel. Niet zozeer omdat het de dichtstbijzijnde universiteit was, wel omwille van het vrijzinnige karakter en de openheid die aan de VUB toegeschreven worden. Toevallig lag die universiteit ook in mijn achtertuin, aangezien ik dus afkomstig ben van Vilvoorde. Maar ook voor ik aan de VUB ging studeren, vertoefde ik vaak in onze hoofdstad. Heel wat vrienden van mij woonden in Strombeek, niet ver van Kinepolis en Bruparck. Daar hingen we geregeld rond en namen we de tram richting Brussel-centrum.

Jij hebt al op verschillende plaatsen in de stad gewoond.
Inderdaad, na mijn studie geschiedenis ben ik in de Lepagestraat gaan wonen. Dat was toen nog niet zo’n drukbezochte straat. Tegenwoordig is ze zo hip als de Kartuizer- en de Dansaertstraat samen. Booming business is het daar. Ik woonde er drie jaar en heb de straat zien evolueren. Mijn appartement was zo schots en scheef dat als je er een knikker op de grond legde, die naar alle kanten rolde. En de douche stond in de keuken. Ik vond dat allemaal geweldig. (lacht) Daarna vertoefde ik drie jaar in de Zennestraat, in het al even legendarische ‘Melrose Place’. Zo noemden we het grote appartementsgebouw daar. Nadien heb ik een klein jaar in Elsene gewoond, maar ik kon er niet zo goed aarden. De vijfhoek kruipt onder de huid. Daarom woon ik hier sinds kort terug, midden in het centrum.

Jurgen 2

Vakbond

Na je studies ben je onmiddellijk bij het ABVV beginnen werken. Was dat een bewuste keuze of is dat toevallig gegaan?
Dat is absoluut een bewuste keuze geweest. Tijdens mijn studies raakte ik meer en meer geboeid door thema’s zoals racisme in de samenleving en diversiteit in de stad. Ik ben eigenlijk wijsbegeerte en moraalwetenschappen gaan studeren om mij volledig te kunnen toeleggen op die thema’s en er onderzoek naar te verrichten. Uiteindelijk schreef ik een masterproef over de filosoof Kwame Anthony Appiah en diens ideeën over kosmopolitisme en identiteit. Appiah werd geboren in Londen, groeide op in Ghana, keerde terug naar Groot-Brittannië en week nadien uit naar de Verenigde Staten. Het is een fascinerend man, die bijzonder boeiende dingen te vertellen heeft over kosmopolitisme. Met de kennis die ik vergaard had, wou ik aan de slag gaan in een sociale beweging.

Interessant, maar je hoeft toch niet bij een vakbond te gaan om rond thema’s zoals racisme en diversiteit te werken. Vanwaar jouw passie voor de linkse zaak?
Omdat een vakbond noodzakelijk blijft. Zolang mensen werken, hebben zij recht op bescherming, op vertegenwoordiging en op een instantie die hun belangen behartigt. Dat vakbonden alleen maar staken, is trouwens manifest onjuist. Dat is slechts één aspect, het topje van de ijsberg in zekere zin. Het dagelijks werk dat de vakbondsafgevaardigden verrichten, wordt echter zelden belicht in de media.

Wat doe jij precies bij het ABVV?
Drie jaar geleden ben ik er beginnen werken als ‘educatief medewerker ABVV-senioren’. Dat was een zeer boeiende leerschool. De ABVV-senioren zijn geweldig. Nadien ben ik ‘projectmedewerker sociale actie’ geworden, zowel bij het ABVV als bij Linx+, een ABVV-partner. Die job doe ik momenteel nog steeds heel graag.

Kan je daar iets meer over vertellen?
Linx+ is in feite een ‘vrijetijdsorganisatie’. We organiseren evenementen, maken tentoonstellingen, schrijven teksten en boeken, stippelen wandelingen en reizen uit, stellen educatieve paketten samen, noem maar op. Een van de grotere projecten die we samen met het VIVA-SVV (de socialistische vrouwenvereniging, nvdr) gerealiseerd hebben, is de tentoonstelling ‘Vrouwen in de Groote Oorlog’. Die gaat over de belangrijke rol die vrouwen gespeeld hebben tijdens de Eerste Wereldoorlog. De tentoonstelling werd vorig jaar geopend in het stadhuis van Brussel en is nadien in alle Vlaamse provincies te zien geweest.

Wat voor boeken geven jullie uit?
Recentelijk hebben we een boek gepubliceerd over de mijnramp van Marcinelle in 1956. Eigenlijk gaat het om de heruitgave van een artikelenreeks van Vlaams schrijver Gaston Durnez, die destijds als 28-jarige journalist van De Standaard naar de plaats des onheils werd gestuurd. Hij verbleef er wekenlang, kroop er mee de schachten in, leefde met de mijnwerkers en schreef er voor de krant een zeer boeiende reeks over: ‘Mannen met zwarte gezichten’. Het werd een buitengewoon sterke reportage en een aanklacht tegen de arbeidsomstandigheden in de mijnsector. Durnez kreeg er de allereerste Vlaamse persprijs voor. Volgend jaar is het precies zestig jaar geleden dat de mijnramp in Marcinelle plaatsvond. Vandaar dus dit boek, met als bijlage een interview met een terugblikkende Gaston Durnez. Ik ken trouwens niemand zo pienter als Gaston. Die zou je eens moeten interviewen.

Stadsklimaat

Vind je Brussel een aangename stad?
Ja, dat vind ik wel. Zoals elke grootstad heeft Brussel haar positieve en negatieve kanten, daar mogen we niet blind voor zijn. Brussel is enorm boeiend door haar grote diversiteit, maar die diversiteit gaat jammer genoeg nog steeds gepaard met een grote sociaal-economische ongelijkheid. De werkloosheidscijfers zijn te hoog en heel wat kinderen groeien op in armoede. Dat is onaanvaardbaar. Opvallend is ook dat de diversiteit die we doorgaans in het straatbeeld zien, vaak niet even sterk weerspiegeld wordt in de woonwijken. Ook hier in Brussel spelen concentratie en gentrificatie een voorname rol. Een goed voorbeeld daarvan is de Dansaertwijk, waar je al snel in een bubbel terechtkomt.

Wat vind je van de nieuwe voetgangerszone?
Ik ben daar erg blij mee. Van mij mag heel de vijfhoek autovrij worden. Hoe minder wagens, hoe beter. Maar dan moet daar wel tegenover staan dat er degelijk wordt ingezet op openbaar vervoer, mobiliteit en veiligheid. Het zou fantastisch zijn als onze stad ooit een voorbeeldfunctie kan vervullen, zowel ecologisch als op het vlak van leefbaarheid, in Europa én in de wereld. Men werkt daar momenteel wel aan, maar wat mij betreft mag er zeker een versnelling hoger geschakeld worden.

jurgen werk bruxel2012 - aan het einde van het artikel
Bruxel, een werk van Jurgen Masure

Literatuur en kunst

Wat doe jij in je vrije tijd?
Ik lees heel veel. Als ik een dag geen boek in mijn handen heb gehad, voelt het aan alsof er wat ontbreekt. Dan mis ik iets.

Wat lees je zoal?
Politiek, essays, maatschappijkritiek, filosofie, literatuur, gaande van Franz Kafka, Herman Hesse, Chantal Mouffe tot momenteel H.P. Lovecraft, Walter Benjamin of Albert Camus. Vroeger las ik ook veel poëzie en schreef ik regelmatig zelf gedichten. Dat is nu wel verminderd, al ben ik nog steeds een gigantische fan van bijvoorbeeld Paul Van Ostaijen. Ik vind poëzie een enorm krachtig iets, maar nog veel krachtiger vind ik beeldende poëzie. Toen ik jonger was, was ik zo onder de indruk van Van Ostaijen, dat ik zijn stijl probeerde na te doen. Een bundeling van het werk dat ik toen maakte, werd in 2011 onder de naam C.R.I.S.I.S. tentoongesteld in Het goudblommeke in papier. Later hebben er ook stukken van mij gehangen in het café van De Markten. Dat ging toen over de diversiteit in Brussel, over de hoog- en de laagstad. Het laatste dat ik gemaakt heb, ‘I love BXL’, heeft meer weg van pop-art. Samen met het werk van andere jonge kunstenaars hing het twee jaar geleden in een expositieruimte in de Fabrieksstraat.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?
Ik heb honderden plannen, maar momenteel ben ik erg geïnteresseerd in het bestuderen van de trends op de arbeidsmarkt en de gevolgen daarvan voor de werkgelegenheid. Daar wil ik me graag verder in verdiepen. Ook Brussel als kosmopolitisch voorbeeld is een thema dat me sterk bezighoudt en waarop ik me wil blijven toeleggen.

We zijn alvast benieuwd, Jurgen. Bedankt voor dit gesprek en veel succes met je projecten.

 

Hans Moyson

 

(Dit artikel verscheen eerder in De Vijfhoek van december 2016)